(English text below)

Het werk van Alex De Bruycker onderscheidt zich door de wijze waarop hij op verschillende niveaus de dialoog tussen twee posities mogelijk maakt. Hij laat schijnbaar niet verenigbare standpunten visueel in gesprek met elkaar gaan, waarbij hij de symbiose ervan nastreeft. 

 

Vanuit dit streven naar dialoog ontstaat er een dynamiek die verantwoordelijk blijkt te zijn voor de multipele gelaagdheid die zijn kunstwerken zo kenmerkend maken. Het is de kracht van die gelaagdheid die ervoor zorgt dat men zijn werk in een adem kan beleven als enerzijds een pure esthetische ervaring en anderzijds als een afspiegeling van diverse contemplatieve, filosofische krachten. 

 

Die gelaagdheid en openheid in zijn werk laat de toeschouwer op een laagdrempelige manier toe om een heel eigen narratief ten opzichte van zijn kunstwerken te ontwikkelen.

 

 

Techniek versus expressie

Zonder de specifieke, experimentele techniek kan Alex De Bruycker zijn visuele taal en stijl niet ontwikkelen. Als drager van zijn werken gebruikt hij geen regulier schildercanvas maar sluierdoek, een synthetisch poreus transparant materiaal dat heel moeilijk materie vast kan houden. Vanuit een voorstudie wordt het oppervlak behandeld met een speciaal ontwikkelde coating waardoor in bepaalde zones de poriën van het doek gedicht worden. Door het aanbrengen van meer of minder lagen verf, zowel op de met coating behandelde als onbehandelde delen van de sluierdoek, evoceert Alex De Bruycker via de transmissie van licht een spel van verdichting, doorschijnendheid en schemering. De uitdrukkingskracht van het werk dat tot stand komt door de specifieke manier van omgaan met kleur, oppervlak, lijn en ruimte is inherent gelieerd aan het technische denken en doen van de schilder. Zonder die techniek kunnen zijn werken niet gerealiseerd worden.

 

Imperfectie versus meesterschap 

Het beeld dat ontstaat door de impact van verschillende lagen verf op de coating is vooraf niet in te schatten en daardoor is het resultaat ook niet beheersbaar. In zijn streven naar autonome picturale expressie door middel van een optimale beheersing van zijn techniek, diende Alex De Bruycker traditionele westerse opvattingen over meesterschap overboord te gooien. De gangbare westerse esthetische tradities zijn gebaseerd op een concept van schoonheid dat pas bereikt kan worden door het nastreven van de meest optimale graad van perfectie. De techniek die aan de basis van de kunstwerken van Alex De Bruycker ligt, stuurt hem juist totaal de tegenovergestelde richting uit. Hij streeft er naar om meesterschap te bereiken door doelbewust weg te gaan van de perfectie. Daardoor sluit zijn werk nadeloos aan bij de Japanse wabi sabi benadering van meesterschap waarbij de puurste uiting van een sublieme esthetische ervaring enkel kan bereikt worden door het expliciet accepteren en incorporeren van imperfectie. Voor Alex De Bruycker is het onverwachte veel boeiender en is een werk nooit af.

 

Gelaagdheid versus tactiliteit

Door bewust gebruik te maken van materialen en technieken die niet gecontroleerd toegepast worden, exploreert Alex De Bruycker het potentieel dat elementen zoals ruimte, structuur, materiaal en beweging kunnen veroorzaken op het tweedimensionele oppervlak van zijn schilderijen. Door de sluierdoek te laten functioneren als een membraan vormen de verschillende lagen coating en verf als het ware rekbare huiden waarmee het beeld geconstrueerd wordt. Bij het aanschouwen van de schilderijen door de toeschouwer wordt de beleving van die fysieke gelaagdheid als het ware mentaal aangevoeld. Het spel van het licht en de al dan niet zichtbare delen van het houten opspankader en van de achterliggende omgeving, creëren een buitengewone ontvankelijkheid bij de toeschouwer. Deze multi-dimensionele gelaagdheid genereert een intense tactiliteit die op zijn beurt de gevoelsmatige perceptie aanstuurt. 

 

Schilderkundige ruimte versus fysieke ruimte. 

Door het spel van gelaagdheid en transparantie ontwikkelt er zich een dynamiek die de blik voorbij het oppervlak van het schilderij de fysieke ruimte in duwt. Het schilderij als begeleider van de toeschouwer die van de abstracte beeldstructuur naar een reële ruimte gaat en terug. Op deze wijze functioneren de schilderijen van Alex De Bruycker als vensters in een driedimensioneel netwerk van verwijzingen naar tal van betekenislagen die binnen de context waarin de schilderijen gepresenteerd worden, aanwezig zijn. Alex De Bruycker vergelijkt zijn artistiek werk met fundamenteel architecturaal onderzoek, door op een subtiele manier in zijn schilderijen de relatie tussen de interne en de externe ruimte te verkennen. Hierbij gaat hij alle mogelijkheden van zijn techniek inzetten om binnen de schilderkunst op zoek te gaan naar beelden die de werkelijkheid in een abstractie compositie inkapselen. Kleurvlakken worden gestut door andere vlakken en deze constructies worden in de meest letterlijke zin van het woord geperforeerd opdat we doorheen het doek de architecturele en landschappelijke omgeving mee kunnen nemen in onze observatie. 

Kurt Van Belleghem - Curator

English 

Alex De Bruycker's artistic work is characterized by the way in which he enables a dialogue between two positions at several levels. He allows seemingly incompatible points of view to enter into a visual dialogue with each other, pursuing their symbiosis.

 

This pursuit of dialogue creates a dynamic that appears to be responsible for the multiple layers that make his artworks so characteristic. It is the power of this layering by which the viewer can experience his work at the same instance as a pure aesthetic experience and as a reflection of various contemplative, philosophical forces. This layering and openness in his work allows the viewer to develop their own and open narrative with regard to his artworks.

 

 

Technique versus expression

Without his specific, experimental technique, Alex De Bruycker can’t develop his visual language and style. As a support for his paintings, he does not use a regular painting canvas but a veil cloth, a synthetic porous transparent material that is very difficult to retain material. Based on preliminary sketches, the surface is than treated with a specially developed coating that seals the pores of the fabric in certain zones. By applying more or less layers of paint, both to the coated and untreated parts of the veil, Alex De Bruycker evokes a play of densification and translucency. The expressive power of his work, which is created by the specific way of dealing with color, surface, line and space, is inherently linked to the painter's technical thinking and acting. Without his technique his works cannot be realized.

 

Imperfection versus virtuosity

The image created by the impact of different layers of paint on the coating cannot be estimated in advance and therefore the result is not predictable. In his pursuit of autonomous pictorial expression by means of an optimal command of his technique, Alex De Bruycker had to start ignoring traditional Western ideas about mastery and virtuosity. Western aesthetic traditions are based on the concept of beauty that can only be achieved through a quest for the most optimal degree of perfection. The technique that lies at the heart of Alex De Bruycker's works of art directs him completely in the opposite direction. He strives to attain mastery by deliberately moving away from perfection. As a result, his work fits in seamlessly with the Japanese wabi sabi approach of virtuosity in which the purest expression of a sublime aesthetic experience can only be achieved by explicitly accepting and incorporating imperfection. For Alex De Bruycker, the unexpected is much more fascinating and a work is never finished.

 

Layering versus tactility

By consciously using materials and techniques that cannot be applied in a controlled manner, Alex De Bruycker explores the potential that elements such as space, structure, material and movement can cause on the two-dimensional surface of his paintings. By allowing the veil to function as a membrane, the various layers of coating and paint form stretchable skins with which the image is constructed. When viewing the paintings, the perception of that physical layering is, as it were, mentally felt. This extraordinary receptivity is generated by play of light in combination with visible parts of the wooden frame and the view on the surrounding environment through the transparent veil. This multi-dimensional layering generates an intense tactility that in turn drives the emotional perception.

 

Painter space versus physical space.

This play of layering and transparency creates a dynamic that pushes the gaze beyond the surface of the painting into the physical space. The painting guides the viewer from the abstract image to the real space and back. In this way, Alex De Bruycker's paintings function as windows in a three-dimensional network of references, related to the context in which the paintings are presented. Alex De Bruycker compares his artistic work with fundamental architectural research, by subtly exploring the relationship between the internal and the external space in his paintings. He uses all the possibilities of his technique to search for images that encapsulate reality in an abstraction composition. His paintings consist of colored surfaces supported by other planes and these constructions are perforated in the most literal sense of the word so that we can take along the architectural and landscape environment through the canvas in our observation.

Kurt Van Belleghem - Curator